top of page

ABN AMRO: meer grip door meer kantoor?

Foto van schrijver: Jos van der Wielen
Jos van der Wielen
55 minuten geleden
3 minuten om te lezen

De discussie tussen ABN AMRO en de vakbonden over verplichte kantoordagen krijgt veel aandacht. Maar waarom vindt ABN AMRO die 50 procent eigenlijk nodig? In de openbare cijfers is geen duidelijk prestatieprobleem te vinden dat een strengere aanwezigheidsnorm rechtvaardigt.



Impressie van het nieuwe hoofdkantoor van ABN AMRO aan de Foppingadreef in Amsterdam-Zuidoost.
Impressie van de nieuwe thuisbasis van ABN AMRO aan de Foppingadreef in Amsterdam-Zuidoost. Beeld: Broekbakema


ABN AMRO noemde 2024 zelf een succesvol jaar. De klanttevredenheid verbeterde, het marktaandeel in nieuwe hypotheken steeg en de bank rapporteerde goede financiële resultaten. Ook 2025 werd door CEO Marguerite Bérard omschreven als een succesvol jaar met sterke prestaties.


Hybride werken werd evenmin als probleem gezien. In de jaarverslagen beschreef ABN AMRO goed georganiseerd hybride werken juist als iets dat productiviteit, samenwerking en betrokkenheid kan ondersteunen. Er waren aandachtspunten, onder andere rond de samenwerking tussen organisatieonderdelen. Maar in de openbare rapportages zijn geen duidelijke aanwijzingen te vinden dat hybride werken heeft geleid tot problemen met productiviteit, innovatie, klantbediening of betrokkenheid die de nieuwe koers verklaren.

 

Een andere manier van sturen

De 50-procentnorm lijkt daarmee vooral te passen bij de manier waarop de nieuwe top ABN AMRO wil aansturen. Er is een nieuwe CEO met een stevige veranderopgave en een sterke nadruk op uitvoering.


Onder Bérard moet ABN AMRO winstgevender en efficiënter worden. De kosten-batenratio moet omlaag en het personeelsbestand fors kleiner. Tegelijkertijd worden de organisatiestructuur en processen vereenvoudigd en gedigitaliseerd.


Bérard legt nadrukkelijk de nadruk op execution, accountability en performance. Haar uitspraak ‘Strategy is the first 20%. Execution is the rest’ past bij die benadering. Vanuit zo’n leiderschapsstijl is de wens om medewerkers vaker op kantoor te hebben goed te begrijpen. Leidinggevenden kunnen verwachten dat fysieke nabijheid afstemming gemakkelijker maakt, meer zicht geeft op wat er gebeurt en daarmee de grip op de uitvoering vergroot. De 50-procentnorm wordt zo bijna een voorwaarde waaronder het bestuur de veranderopgave denkt te kunnen realiseren.


Vraagt het werk om meer fysieke aanwezigheid? Of vraagt de gekozen manier van sturen daarom?

 

Een bestuurlijke keuze, maar niet zonder prijs

Een bestuur mag besluiten dat het voor een grote transformatie meer fysieke aanwezigheid nodig vindt. Dat is een bestuurlijke keuze. Daarmee is alleen nog niet aangetoond dat fysieke aanwezigheid noodzakelijk is voor een betere uitvoering.


Executiekracht vraagt om heldere doelen en verantwoordelijkheden, goede informatie, snelle besluitvorming en effectieve samenwerking. Fysieke ontmoeting kan daarbij helpen wanneer het werk daarom vraagt. Een medewerker die drie dagen op kantoor zit, is daardoor niet automatisch productiever, beter geïnformeerd of meer accountable.


Een generieke norm heeft bovendien een prijs. Hij beperkt de autonomie van medewerkers en teams. Dat is lastig te rijmen met accountability: wie mensen verantwoordelijk maakt voor resultaten, geeft hen ook ruimte om hun werk zo te organiseren dat zij die resultaten kunnen behalen.


De vakbonden wijzen erop dat bestaande teamafspraken volgens hen in de praktijk goed functioneren. Met een centrale aanwezigheidsnorm wordt een deel van de verantwoordelijkheid voor het organiseren van het werk weer hoger in de organisatie gelegd.


Meer aanwezigheid is daarmee vooral een andere manier van sturen. Het kan een bestuurder meer grip geven op wat zichtbaar en dichtbij is. De prijs daarvoor kan minder autonomie en minder ruimte voor werkende teamafspraken zijn.


O ja, wat de uitkomst van de onderhandelingen met de vakbonden ook wordt: als ABN AMRO de komende jaren beter presteert, bewijst dat nog niet dat verplichte kantoordagen hebben gewerkt. Anders ontstaat gemakkelijk de conclusie dat hybride werken het probleem was, terwijl niet is aangetoond dat het dat ooit was.



Referenties

  • ABN AMRO – Jaarverslag 2025

  • ABN AMRO – Integrated Annual Report 2024

  • ABN AMRO – Interview Marguerite Bérard

  • ABN AMRO – Hybride werken

  • De Unie – Cao-onderhandelingen ABN AMRO

  • De Unie – Tweede ronde cao-onderhandelingen

  • NU.nl, Ertan Basekin – ABN AMRO en vakbonden ruziën over verplichte kantoordagen en lonen, 18 september 2026

  • MT/Sprout – ABN AMRO ruziet met vakbonden om verplichte kantoordagen, september 2026



Nassau Workplace Strategy helpt organisaties om hybride werken en de werkomgeving beter te laten aansluiten op het werk én de organisatie. Van strategie tot implementatie en evaluatie.

Meer weten?





 
 
bottom of page