Piekdagen bepalen hoeveel kantoorruimte je écht nodig hebt

Is je kantoor op dinsdag overvol en op vrijdag bijna leeg? Dan zegt je gemiddelde bezetting weinig over hoeveel ruimte je werkelijk nodig hebt. Nederlandse kantoren zitten op dinsdag en donderdag inmiddels voller dan vóór corona. Tegelijk verwacht circa driekwart van de organisaties dat AI merkbare invloed gaat hebben op het gebruik van kantoorruimte (CBRE, 2026).

Voor organisaties die hun huisvesting willen optimaliseren, levert dat een lastige vraag op: hoeveel kantoorruimte heb je straks werkelijk nodig – en welk type ruimte moet dat zijn?
Wie daarvoor alleen naar gemiddelde bezetting of vierkante meters kijkt, kan gemakkelijk de verkeerde conclusie trekken.
Een gemiddeld leeg kantoor kan op dinsdag toch te klein zijn
Veel organisaties kennen het beeld: dinsdag en donderdag zijn druk, terwijl de bezetting aan het begin en einde van de week veel lager ligt. Juist die piekdagen bepalen of je werkomgeving in de praktijk functioneert.
CBRE ziet dat de bezetting op dinsdag en donderdag inmiddels boven het niveau van vóór corona ligt, terwijl de vrijdag veel rustiger is geworden. Organisaties stemmen hun ruimte daardoor steeds vaker af op de piek in plaats van op het gemiddelde (CBRE, 2026).
Ook het Center for People and Buildings (CFPB) waarschuwt dat een gemiddelde bezettingsgraad weinig zegt over wat er werkelijk gebeurt. Een weekgemiddelde laat niet zien wanneer en waar drukte ontstaat, welke typen werkplekken worden gebruikt en of medewerkers op piekmomenten nog een passende plek kunnen vinden (CFPB, 2026).
Teams plannen hun overleg, projectwerk en klantafspraken bovendien vaak op dezelfde dagen. Daardoor kan een kantoor dat gemiddeld ruim voldoende capaciteit heeft, op dinsdag toch tekortschieten.
Dat betekent niet automatisch dat je meer ruimte nodig hebt. Het knelpunt kan ook zitten in de verdeling van werkplekken, een tekort aan geschikte overleg- of concentratieruimte of in de manier waarop aanwezigheid over de week is verdeeld. De vraag is dus niet alleen óf het kantoor vol is, maar vooral waar en waardoor de knelpunten ontstaan.
Dat wordt belangrijk wanneer je vierkante meters wilt besparen. Sturen op het weekgemiddelde kan dan een dure vergissing zijn. Je verlaagt misschien de huisvestingskosten, maar creëert tegelijkertijd een tekort aan capaciteit op precies de momenten waarop medewerkers elkaar op kantoor willen ontmoeten.
De relevante vraag is daarom niet alleen: Hoeveel procent van onze werkplekken wordt gemiddeld gebruikt? Maar vooral: Wat gebeurt er op onze drukste dagen, waar ontstaan knelpunten en hoeveel capaciteit hebben we dan werkelijk nodig?
AI verandert vooral wát medewerkers op kantoor doen
Daar komt een tweede ontwikkeling bij: AI. Circa driekwart van de door CBRE onderzochte organisaties verwacht dat AI het gebruik van kantoorruimte merkbaar gaat veranderen. Tegelijk ziet CBRE vooralsnog weinig aanleiding om die ontwikkeling rechtstreeks te vertalen naar minder vierkante meters (CBRE, 2026).
Dat is een belangrijk onderscheid. AI verandert eerst het werk. Daarna verandert mogelijk het gebruik van de werkomgeving. Wanneer AI bijvoorbeeld analyses, administratieve handelingen of standaarddocumenten versnelt, kan er minder tijd nodig zijn voor individueel productiewerk. Wat daarvoor in de plaats komt, verschilt per organisatie en functie. Misschien ontstaat meer ruimte voor overleg, afstemming, creativiteit of besluitvorming.
De totale ruimtevraag hoeft daardoor niet automatisch af te nemen. De behoefte aan verschillende soorten ruimtes kan wel verschuiven. Minder individuele werkplekken kan bijvoorbeeld samengaan met meer behoefte aan projectruimtes, overlegplekken of plekken voor geconcentreerd samenwerken.
Eerst begrijpen wat verandert, daarna vierkante meters bepalen
Dat maakt het riskant om verwachte productiviteitswinst door AI direct te vertalen naar minder werkplekken of minder kantoorruimte. Begin daarom niet bij de vierkante meters, maar bij het werk. Welk werk doen mensen, welke activiteiten horen daarbij en wanneer komen zij daarvoor naar kantoor? Dat bepaalt hoe de werkomgeving wordt gebruikt, waar pieken ontstaan en welke plekken op die momenten nodig zijn.
Pas als je dat weet, kun je onderbouwd bepalen hoeveel ruimte je werkelijk nodig hebt.
Bezettingsdata helpen daarbij, maar alleen wanneer je verder kijkt dan gemiddelden. Welke zones lopen vol? Wanneer gebeurt dat? Welke ruimtes blijven juist leeg? En welke activiteiten veroorzaken de piek?
Zo wordt zichtbaar of je daadwerkelijk te veel of te weinig ruimte hebt, of vooral een verkeerde mix van ruimtes.
Weet jij hoeveel kantoorruimte je écht nodig hebt?
Een kantoor kan gemiddeld leeg lijken en op de belangrijkste werkdagen toch onvoldoende functioneren. Maar een druk kantoor betekent evenmin automatisch dat je meer vierkante meters nodig hebt. Het gaat erom te begrijpen waarom en waar de drukte ontstaat.
Tegelijk kan AI de behoefte aan bepaalde werkplekken verkleinen, terwijl elders juist nieuwe ruimtebehoeften ontstaan. Daarom begint een goede huisvestingsstrategie niet bij vierkante meters, maar bij het werk dat de werkomgeving moet ondersteunen.
Nassau brengt werkpatronen, bezetting en ruimtegebruik samen. Zo krijg je inzicht in waar capaciteit ontbreekt, waar ruimte onbenut blijft en of de huidige mix van werkplekken nog aansluit op het werk. Daarmee ontstaat een onderbouwde basis voor beslissingen over capaciteit, inrichting en vierkante meters.
Wil je weten hoeveel kantoorruimte jouw organisatie werkelijk nodig heeft – en of die ruimte goed is samengesteld? Neem contact op voor een eerste verkenning.
Referenties
CBRE. (2026, 10 september). Benchmark rapport kantorenhuisvesting 2026. CBRE
Center for People and Buildings. (2026, 11 september). Wat zegt een bezetting van 45 procent? Center for People and Buildings
Center for People and Buildings. (2026, 24 juni). Werkt een flexfactor van 0,5?


