Betekenisvol verbonden
- Jos van der Wielen

- 10 okt 2018
- 3 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 mei
Bevlogen medewerkers. Welke organisatie zou ze niet in dienst willen hebben? Ze zijn meer toegewijd, presteren beter, zijn energieker, creatiever, leren sneller, lopen harder en je hebt er minder omkijken naar. Een toenemend aantal wetenschappelijke studies onderschrijven het belang van bevlogenheid als directe voorspeller van goede prestaties, inzet en gedrevenheid, minder gezondheidsproblemen, minder verzuim en een lager verloop.

Toch hebben veel bedrijven ze niet in dienst. Het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup heeft aangetoond dat gemiddeld genomen slechts 30% van de werknemers in de VS bevlogen is. Van de 70% die niet bevlogen is zijn er zelfs is en 20% daarvan zelfs ‘actief niet bevlogen’. Volgens Gallup is de laatste groep niet alleen afgehaakt maar proberen zij ook nog eens effectief dwars te liggen.
In Europa is het niet veel beter. Onderzoek van Effectory uit 2018 wijst uit dat het gemiddeld aantal betrokken en toegewijde medewerkers bij een Europese organisatie schommelt rond de 24%. Oostenrijk scoort het hoogst met 35,4% gevolgd door de Scandinavische landen met een gemiddelde van 29,8%. Hekkensluiters zijn Ierland en Engeland met organisaties waarvan slechts 17% van het werknemersbestand aangeeft ‘engaged’ te zijn.
Volgens AON Hewit een grote verzekeringsmakelaar die zich heeft gespecialiseerd in ‘human resources solutions’ brengt ieder jaar een omvangrijk onderzoek naar de stand van zaken rondom bevlogenheid waarbij bevlogenheid gezien wordt als een belangrijke indicator van organisatie succes. Organisatie met een hoge betrokkenheidsscore zijn vitaal en veerkrachtig, hebben een sterke cultuur en leveren ieder jaar weer solide prestaties.
Probleem met de term 'betrokkenheid'
De betekenis van de Engelse term ‘engagement’ laat zich niet zo gemakkelijk vertalen naar het Nederlands. De veel gebezigde Nederlandse term ‘betrokkenheid’, met als connotatie ‘deelnemen’ of ‘onderdeel zijn van’, dekt de lading onvoldoende. Engagement veronderstelt ook een bepaalde overtuiging en toewijding die voorkomt uit hetgeen je nastreeft, die onvoldoende doorklinkt in de term ‘betrokkenheid’.
Daarom spreken we liever van ‘betekenisvolle verbinding’: een intrinsiek gemotiveerde medewerker die zich op een (voor hem of haar) zinvolle manier verbonden voelt met het werk, collega’s en/of de organisatie. Engagement is meestal direct gerelateerd aan een doelstelling, een streven of een ideaal waarvoor je verantwoordelijkheid neemt en dat een bepaalde waarde heeft of betekenis geeft aan je bestaan. Betekenisvolle betrokkenheid heeft een cognitieve, emotionele en gedragsmatige component.
Daarom spreken we liever van ‘betekenisvolle verbinding’: een intrinsiek gemotiveerde medewerker die zich op een (voor hem of haar) zinvolle manier verbonden voelt met het werk, collega’s en/of de organisatie.
Verschillende vormen
Er zijn meerdere manieren waarop iemand betekenisvol verbonden kan zijn: met maatschappelijke vraagstukken, met een merk, met het eigen werk, met de organisatie, met de gemeenschap waartoe men behoort, met collega's en met klanten. Elk van deze verbindingen kent eigen drijvers, en organisaties verschillen in welke verbindingen zij actief faciliteren.
Tot zover een terrein dat HR herkent. De interessantere vraag is een andere: wat doet de fysieke werkomgeving aan deze verbindingen — of juist niet?
De werkomgeving als stille variabele.
In het denken over bevlogenheid wordt de werkomgeving zelden als hoofdrolspeler genoemd. Gesprekken gaan over leiderschap, cultuur, ontwikkelmogelijkheden, beloning, autonomie. De ruimte waarin mensen hun werk doen, blijft in de meeste analyses een achtergrondvariabele.
Dat is opmerkelijk, want de werkomgeving raakt vrijwel alle verbindingen die we noemden. De verbinding met collega's wordt gevormd door wie men tegenkomt en hoe lang. De verbinding met het werk wordt beïnvloed door de mate waarin de ruimte concentratie of juist afleiding faciliteert. De verbinding met de organisatie wordt mede gedragen door wat het gebouw uitstraalt en mogelijk maakt. De verbinding met klanten — waar van toepassing — wordt gevormd door waar en hoe ontmoetingen plaatsvinden.
De werkomgeving is geen oorzaak van betekenisvolle verbinding, maar zij is wel een sterke modulator. Een ruimte kan verbinding faciliteren, een ruimte kan haar in de weg zitten. In beide gevallen is het effect aanzienlijk, en in beide gevallen wordt het zelden gemeten.
De ongemakkelijke implicatie.
Voor organisaties die hun bevlogenheid willen verhogen, wordt vaak naar HR gekeken — terwijl de fysieke en organisatorische context van het werk een vergelijkbaar of groter aandeel kan hebben. Een hybride werkbeleid dat collega's nooit op dezelfde dag op kantoor laat zijn, ondergraaft verbinding tussen collega's, hoe goed het leiderschap ook is. Een kantoor zonder rustige werkplekken ondergraaft de verbinding met het werk zelf, hoe sterk de intrinsieke motivatie ook is. Een gebouw dat klanten op afstand houdt, ondergraaft de verbinding met klanten, hoe goed de dienstverlening ook wordt vormgegeven.
Bevlogenheid laat zich daarmee niet uitsluitend organiseren via HR-instrumenten. Zij heeft een ruimtelijke dimensie die in de meeste organisaties onderbelicht blijft.
Welke organisatie zou geen bevlogen medewerkers in dienst willen hebben? Vrijwel geen. Welke organisatie ontwerpt haar werkomgeving daadwerkelijk om bevlogenheid te ondersteunen — niet als secundaire overweging, maar als één van de hoofddoelen?
Dat is een aanzienlijk kortere lijst.




Opmerkingen