G-66L4FF72B8
top of page

In ABW-trajecten gaat het zelden over de werkplek zelf

  • Foto van schrijver: Jos van der Wielen
    Jos van der Wielen
  • 2 dagen geleden
  • 6 minuten om te lezen




De transitie van een conventionele werkomgeving naar activiteitgericht werken is zowel een ruimtelijke als een organisatorische ingreep. Een traditionele kantoorindeling is een ruimtelijke vertaling van een hiërarchische structuur: vaste plekken, vaste afdelingen, eigen kamers als zichtbare markering van positie. De plattegrond weerspiegeld het organogram.


Activity Based Working (ABW) breekt die vertaling open. Plekken worden gedeeld, afdelingsgrenzen vervagen, en de logica van het werk — niet de logica van de rangorde — bepaalt waar iemand zit. Dat veronderstelt impliciet een organisatie die functioneert als netwerk: minder verticaal, meer horizontaal, meer gestuurd door samenwerking en context dan door positie.

Dat is geen nieuw inzicht. De verschuiving van plaats- en tijdgebondenheid naar gedistribueerde organisatievormen is al sinds de jaren negentig onderwerp van onderzoek (Van der Wielen e.a., 1993; Jackson & Van der Wielen, 1998). Toch dient zich in elk nieuw traject hetzelfde patroon aan — niet omdat het vakgebied stilstaat, maar omdat elke organisatie deze overgang voor het eerst maakt.

De werkelijke uitdaging van vrijwel elk ABW-traject ligt ergens anders. Het project wordt geïntroduceerd als ruimtelijk concept — efficiëntere inzet van vierkante meters, betere ondersteuning van verschillende activiteiten — maar grijpt in op iets fundamentelers: de manier waarop betekenis in een organisatie tot stand komt.

Wat als weerstand wordt gezien, is meestal iets anders: een verschuiving die de medewerker zelf nog moet maken. Van bezit naar gebruik. Van individueel naar collectief. Van een plek die positie weerspiegelde naar een plek waar positie ontstaat in samenwerking. Die stap maakt de medewerker meestal niet vanzelf. Daar ligt een duidelijke rol voor het verandertraject.

 


Werkplek als betekenisdrager


Een werkplek is geen neutraal hulpmiddel. Onderzoek uit de omgevings- en organisatiepsychologie laat al decennia hetzelfde zien: mensen ontlenen aan hun werkplek identiteit, status, sociale verbondenheid en gevoel van controle. Een werkplek is daarmee tegelijkertijd een fysieke ruimte, een sociaal signaal en een positie binnen het systeem.

In een conventionele omgeving is dat goeddeels onzichtbaar, omdat de betekenisgeving in de ruimte zelf is vastgelegd. De directiekamer, de naamplaatjes, de gangindeling — ze doen het werk zonder dat erover gesproken hoeft te worden. Pas wanneer die structuur wordt opengebroken, wordt zichtbaar hoeveel functies een werkplek vervulde naast de functie die in het meubilair zat.

Om dat zichtbaar te maken — en bespreekbaar — is een analytisch kader nodig dat onder het gedrag kijkt. Drie niveaus blijken daarbij consistent terug te keren: persoon, groep en organisatie.

 


Drie niveaus onder elk werkplekgedrag


Het persoonsniveau betreft het individu en de directe werkomgeving. De onderliggende vraag is: wat heb ik nodig om prettig en effectief te werken? Hier spelen zekerheid, autonomie, veiligheid en voorspelbaarheid. Dit niveau sluit aan bij wat in de omgevingspsychologie bekend staat als environmental control — de mate waarin iemand invloed heeft op zijn directe fysieke omgeving — en bij het belang van territorialiteit, het hebben van een herkenbare, eigen plek (Vischer, 2008). Beide blijken consistent samen te hangen met concentratie, welbevinden en prestatie.


Het groepsniveau betreft de relatie tot anderen. De vraag is: hoe verhoud ik mij tot mijn collega's? Hier spelen erkenning, het gevoel erbij te horen, en onderling vertrouwen. Een werkplek functioneert in dit opzicht zelden alleen functioneel; ze is een sociaal signaal. Waar een team zit, hoe zichtbaar het is, en met wie men dagelijks in nabijheid verkeert, beïnvloedt groepsidentiteit en samenwerking. Dit niveau sluit aan bij sociale-identiteitstheorie en bij onderzoek naar de rol van fysieke nabijheid in teamcohesie.


Het organisatieniveau betreft positie binnen het systeem. De vraag is: wat zegt deze plek over mijn rol, invloed en plek in de structuur? De thema's zijn status, gezag, invloed, hiërarchie en rechtvaardigheid. De verdeling van plekken — wie krijgt een eigen kamer, wie deelt, op basis van welke criteria — is in vrijwel elke organisatie óók een verdeling van symbolisch kapitaal. Dit is het niveau dat in gesprekken het hardst wordt ontkend en in gedrag het hardst meespeelt. Rechtvaardigheidsperceptie blijkt hier doorslaggevend: niet de uitkomst zelf, maar de waargenomen procedurele eerlijkheid bepaalt of mensen een verandering accepteren.


Niveau

Centrale vraag

Onderliggende thema's

Persoon

Wat heb ik nodig om prettig en effectief te werken?

Zekerheid, autonomie, veiligheid, voorspelbaarheid

Groep

Hoe verhoud ik mij tot mijn collega's?

Erkenning, erbij horen, vertrouwen

Organisatie

Wat zegt deze plek over mijn rol en plek in de structuur?

Status, gezag, invloed, positie, rechtvaardigheid

Tabel 1: Werkplekgedrag op drie niveaus



De niveaus laten zich onderscheiden, maar niet uit elkaar halen. Bij elk werkplekgedrag spelen ze vaak alle drie tegelijk, met verschillende accenten.

 


Wat een ABW-transitie feitelijk verandert


Tegen de achtergrond van deze drie niveaus wordt duidelijk wat een ABW-transitie tegelijkertijd in beweging zet.


Op het persoonniveau verdwijnt territorialiteit en daarmee een belangrijke bron van voorspelbaarheid en controle. Wat aanvoelt als verlies van een bureau, is in psychologische termen verlies van environmental control: de zekerheid dat iemand weet waar hij morgen zit, met welke spullen, naast wie. Dat verlies is reëel, ongeacht hoeveel keuze de nieuwe omgeving biedt.

Op het groepsniveau verschuift zichtbare teamcohesie. Een team is in een conventionele omgeving een herkenbare cluster — een verzameling bureaus in een hoek, een afdelingsbord, een gedeelde koffieautomaat. In een ABW-omgeving is het team een verstrooide groep waarvan de samenhang dagelijks opnieuw tot stand moet komen. Voor sommigen werkt dat bevrijdend; voor anderen betekent het verlies van een vanzelfsprekende sociale infrastructuur.


Op het organisatieniveau verdwijnt het zichtbare verschil tussen posities. Wie geen eigen kamer meer heeft, verliest niet alleen een plek, maar een symbool van rol en invloed. Dit is doorgaans de minst besproken en meest bepalende verschuiving. Betekenisgeving die voorheen door de ruimte werd gedragen, moet nu op een andere manier tot stand komen — via gedrag, samenwerking, zichtbaarheid in het netwerk. Niet langer toegekend door positie, maar verdiend in interactie.

Dit is precies waarom ABW en netwerkorganisatie elkaar veronderstellen. De ruimtelijke transitie kan alleen slagen als de organisatorische logica meebeweegt: van positie naar bijdrage, van verticale schaarste naar horizontale samenwerking, van toegekende status naar zichtbare rol.


Waar dat niet gebeurt, ontstaat een ABW-omgeving die ruimtelijk vernieuwd is maar organisatorisch onveranderd — met als voorspelbaar gevolg dat hiërarchische patronen zich opnieuw vestigen, niet langer in de plattegrond maar in informele claims en ongeschreven regels (Perin, 1991).

 


Waarom de discussie pas begint na het ontwerp


In de meeste ABW-trajecten verloopt de besluitvorming in twee gescheiden fasen. In de ontwerpfase worden plattegrond en gebruiksafspraken vastgelegd: het concept staat. Dit gebeurt top-down — en dat is een bewuste keuze. Een uitgangspunt als "niemand een vaste werkplek" laat zich niet uitonderhandelen zonder zichzelf op te heffen. De aan Henry Ford toegeschreven uitspraak vat de logica samen: had hij zijn klanten gevraagd wat zij wilden, dan hadden ze gezegd: een sneller paard.


Pas in de fase die daarna komt — het verandertraject — krijgt de medewerker een stem. Niet om het concept te wijzigen, maar om ermee te leren werken. En dáár manifesteren de drie niveaus zich. Niet als ontwerpinput, maar als reactie op iets wat al gebouwd is. Mensen ervaren wat zij kwijtraken: hun bureau, hun zicht op collega's, hun zichtbare positie in de organisatie.

In die discussie heeft het verandertraject een eigen taal nodig. Zonder analytisch kader wordt elke reactie op zijn eigen bewoordingen beoordeeld: een protest over een bureau gaat over een bureau, een klacht over de directiekamer gaat over die kamer. Met het kader van drie niveaus wordt zichtbaar dat het bureau in werkelijkheid over voorspelbaarheid gaat (persoon), de directiekamer over hiërarchie (organisatie), en de verdwenen teamzone over erbij horen (groep). Vaak spelen alle drie tegelijk, in wisselende verhoudingen — en wordt door organisaties één niveau geselecteerd, doorgaans de meest concrete. Daar lopen ABW-trajecten op stuk: niet omdat het ontwerp tekortschiet, maar omdat het verkeerde gesprek wordt gevoerd.

 


Tot slot


Een ABW-transitie is geen huisvestingsproject met een gedragscomponent. Het is een organisatieverandering met een ruimtelijke component. Wat op het spel staat is niet de werkplek, maar wat de werkplek droeg: identiteit, verbondenheid en positie.

De rest is inrichting.

 


Referenties


  • Jackson, P.J. & Van der Wielen, J.M.M. (Eds.) (1998). International perspectives on telework: from telecommuting to the virtual organisation. London: Routledge.

  • Perin, C. (1991). The moral fabric of the office: Panopticon discourse and schedule flexibilities. Research in the Sociology of Organizations, 8, 241–268.

  • Van der Wielen, J.M.M., Taillieu, T.C.B., Poolman, J.A. & Van Zuilichem, J. (1993). Telework: dispersed organisational activity and new forms of spatial-temporal coordination and control. The European Work & Organisational Psychologist, 3(2), 145–162.

  • Vischer, J.C. (2008). Towards an environmental psychology of workspace: How people are affected by environments for work. Architectural Science Review, 51(2), 97–108.

 
 
 

Opmerkingen

Beoordeeld met 0 uit 5 sterren.
Nog geen beoordelingen

Voeg een beoordeling toe
Blijf op de hoogte!

Met een abonnement op onze nieuwsbrief blijft u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en leest u meer over onze projecten, 'activity based' design en werkstijl verandering.

Het abonnement kan ieder gewenst moment weer worden opgezegd.

Dank voor uw aanmelding!

Binnen enkele minuten vindt u een e-mail met een bevestigingslink in uw mailbox.

Logo Nassau | Workplace Strategy & Design

Bezoekadres

Elandstraat 2

2513 GR Den Haag 

connect linkedin
connect twitter

Kamer van Koophandel 57494290

Copyright © 2016 - 2026 by Nassau | All rights reserved 

Concept & design: Ontwerpstudio Strijbos Design

bottom of page